Barok

De composities die tijdens dit concert worden gespeeld en gezongen, zijn exemplarisch voor het tijdsgewricht dat in de muziekgeschiedenis de late barok wordt genoemd (ruwweg 1690-1750). Het is de muziek van de generaties ná de grote omwenteling in de late 16e en vroege 17e eeuw. Hier en daar bespeur je al voorzichtige tendensen naar een heel nieuw tijdsgewricht: het classicisme. De muziek van de “jongste” componist  in ons programma, Baldassare Galuppi, is hier een voorbeeld van.

Cantate

Laten we heel even nog omzien naar het begin. Naar 1600. De aspiraties van die eerste componisten van de barokperiode  lagen in het zoeken naar nieuwe, krachtige middelen om het woord, de tekst, centraal te stellen. De muzikale stijl uit de renaissance, de polyfonie, (melodieën bestaan gelijkwaardig naast elkaar) verdween gaandeweg. De tekst moest immers verstaanbaar zijn en krachtig benadrukt. De homofonie, een compositietechniek waarbij één hoofdmelodie, meestal de bovenstem, door akkoorden of nevenstemmen wordt ondersteund, kwam op. Deze ontwikkeling speelde zich vooral af binnen het madrigaal; het wereldlijke liefdeslied dat veranderde van vijfstemmig naar eenstemmig. De bas kreeg een steeds harmonischer functie, de middenstemmen werden gereduceerd tot vulstemmen en de bovenstem kreeg de melodische aandacht. Uiteindelijk bleef er één gezongen bovenstem over, ondersteund door harmonieën van een of meerdere begeleidende instrumenten. Dit heette het solomadrigaal, een voorbode van de cantate.

Alle nieuwe muziekvormen werden in de loop van de 17e en 18e eeuw doorontwikkeld. Uit het solo-madrigaal kwam de cantate voort, de eerste opera’s evolueerden naar spektakels met verhalende recitatieven en grote, spectaculaire aria’s waarin de zangers hun zangkunsten konden vertonen.

Symfonie-orkest

Ook de instrumentale muziek ontwikkelde zich. Sterker nog: voor het eerst in de muziekgeschiedenis werden instrumenten op grote schaal gebruikt voor zelfstandige instrumentale muziek. Grootte en samenstelling van de ensembles konden sterk verschillen, omdat de componisten voor elke beschikbare groep instrumenten schreven. Muziek werd dan ook niet voor ‘de eeuwigheid’ gecomponeerd maar voor een bepaalde gelegenheid en het publiek hoorde liever nieuwe werken dan oude. Dat veroorzaakte een situatie waarin de componist weliswaar voortdurend moest produceren, maar hij was ook verzekerd van de onmiddellijke uitvoering van zijn muziek.

Voor de ontwikkeling van het symfonieorkest is de 18e eeuw van het grootste belang geweest. Het samenspel werd voortdurend door een baslijn, die tevens de harmonieën bepaalde, ondersteund. Deze  werd meestal door toetsinstrumenten (klavecimbel, orgel) en violoncello gespeeld.. Na verloop van tijd werden er steeds meer instrumenten bij betrokken en kreeg je een orkest zoals dat er nu nog ongeveer uitziet.

De instrumenten  werden steeds verder ontwikkeld maar ook de verschillende vormen breidden zich uit.  Aan het einde van de 17e eeuw werd het contrast gevormd door het tegen over elkaar plaatsen van verschillende stemgroepen. Het instrumentarium had zich ontwikkeld tot een veel beter samenklinkend element, en zo kon de ene instrumentengroep het nu “opnemen” tegen de andere. Het concerto grosso, dat in die tijd is ontstaan is hier een voorbeeld van. Hier stonden een strijkorkest en een groep van soloinstrumenten “tegen over” elkaar. De grote exponenten van deze stijl waren Vivaldi en Händel. De Brandenburgse concerten van Bach zijn hier ook een voorbeeld van.

Sonates

De ontwikkeling van de instrumentale techniek had ook de opkomst van de virtuoze solist tot gevolg. De kleinere vormen, de sonates, werden verfijnd. Net als bij de vocale muziek had hier ook de opkomst plaats van een melodieuze boven partij begeleid door de doorlopende baspartij- de basso continuo.  Solo  instrumenten speelden nu ook in vocale muziek een belangrijke rol: niet meer alleen als begeleiding, maar als gelijkwaardige partner van vocale partijen. In dit programma zijn viool en zang in de aria’s volkomen gelijkwaardig aan elkaar.

Italië is de bakermat van de barokmuziek, en ook in de loop van de 17e en 18e eeuw blijft de Italiaanse invloed in de rest van Europa enorm. De componist Giovanni Benedetto Platti is een voorbeeld van een van vele Italianen die door buitenlandse hoven werden uitgenodigd. Händel ging, omgekeerd, naar Italië en bracht zijn opgedane kennis weer mee naar Londen, waar hij een enorme hoeveelheid Italiaanse opera’s componeerde.

Anton Domenico Gabbiani - Portrait of three Musicians of the Medici Court
Louis-Michel van Loo - Sextet 1768
Louis-Michel van Loo - Sextet 1768
barokorkest
Barokorkest - (Herkomst onbekend)